De aanleiding was een landschappelijke ingreep die men ongewenst vond. De gemeente Bronckhorst had, als compensatie voor het clandestien kappen van een hele grote meidoornhaag, aan de betreffende boer de verplichting opgelegd om tien fruitbomen te planten in de oever van de Kleine Beek. Dit paste echter totaal niet in het landschap. De drie hebben met de gemeente en de boer overlegd met als resultaat dat ze de inmiddels geplante fruitbomen weer konden uitgraven en verplaatsen naar de bestaande, maar vervallen ‘boomgaard van Addink’. Langs de Kleine Beek zouden ze dan ter vervanging knotwilgen planten, die daar wel pasten.
Herstel voormalige boomgaard
De eigenaar van de ‘boomgaard van Addink’ ging akkoord om de rand van de voormalige boomgaard opnieuw in te planten. Er stonden in die rand nog slechts drie oude fruitbomen, het restant van wat eens een boomgaard was. Het lukte om een paar jaar later ook de rest van de voormalige boomgaard te mogen inplanten.